|
|
|
 |
 |
 |
 |
BRETAGNE |
 |
|
|
|
|
|
Als schiereiland heeft Bretagne drie kusten en een landgrens die in het noorden begint bij Mont-Saint-Michel. Dit gebied was langdurig de twistappel tussen de hertogdommen Normandië en Bretagne. Hier ligt een schilderachtig niemandsland - een met verraderlijke zandgronden gevulde baai die het grootste getijverschil van heel Europa kent: tot 14 meter kan het water bij de Grandes Marées stijgen en dalen.
Mont-Saint-Michel, vaak nog tot Bretagne gerekend, behoort sinds 933 toe aan Normandië. Zijn silhouet aan de horizon is echter nog tot in de Bretonse stad Cancale en de Pointe du Grouin te zien. Daar begint het rotsachtige Bretagne met zijn kapen, steile kusten, eilanden en riffen. Verder vind je er trechtervormige mondingen die op de abers, de verzonken dalen uit de oertijd lijken, maar door rivieren zijn uitgesleten. Vaak monden ze uit op één punt binnen het bereik van het getij.
|
|
|
In de Rance, de belangrijkste van deze rivieren, maakt men sinds 1966 gebruik van de getijstroom in een 'door zee gestuwde krachtcentrale'. Dit is een stuwdam waarin de turbines nu eens in de ene richting, dan weer in de andere draaien.
Ook andere rivieren dan de Rance hebben trechtervormige mondingen uitgesleten. Overal waar het voor schepen aan het uiterste bereik van de vloed maar enigszins geschikt was, zijn haven- en handelssteden verrezen. Deze zijn zowel op het binnenland als op de zee gericht: St-Brieuc, Lezardrieux, Tréguier, Lannion en Morlaix.
Andere havensteden hebben zich vooral op de zee gericht, met name op de verre gebieden van de Atlantische en Stille Oceaan. St-Malo teert nog steeds op de roem van zijn ontdekkingsreizigers en zeerovers. Het tegenwoordig als 'groots' bestempelde tijdperk van visserij in de wateren van IJsland en Newfoundland, was daar in feite - net als in Paimpol, Ploubazlanek en andere kleinere plaatsen - een periode van ellende en slavernij, die door rederijen en kapiteins werd veroorzaakt. Zelfs elfjarigen werden gedwongen aan boord te gaan van schepen die koers zetten naar de Noordelijke IJszee.
In het verlengde van de Côtes d'Armor ligt een zeer onherbergzame kust: Finistère, begin en einde van Bretagne. Onzeker varen hier de zeelieden uit alle landen van de wijde oceaan tussen het Britse Lands End en het door vuurtorens omringde Île d'Ouessant naar de zee-engte van Het Kanaal.
Finistère , Penn ar bed, de kop van Bretagne, heeft het allemaal: indrukwekkende rotspieken en halvemaanvormige zandstranden; steile kapen met huizen die ankers nodig hebben om te kunnen blijven staan; stille, smalle baaien waar zelden een zuchtje wind de vijgen en klimrozen in beroering brengt; door wind en golven uitgesleten rotspoorten en grotten; en heuvels die een werkelijk prachtig uitzicht op dit geheel bieden.
Twee uitlopers in zee, de Cap Sizun met de Pointe du Raz en het Pays bigouden met de Pointe de Penmarc'h , vormen de overgang naar het zuiden. Hier ligt een heel ander Armorica, met een bijna mediterraan klimaat.
Armor , een door zee gevormd landschap, omgeeft Argoat , het grote en veel minder bekende bosrijke binnenland.
|
Rennes
|
Rennes
Oude stad met tweede jeugd
De stad is meestal geen reisbestemming op zich. Veel reizigers rijden dan ook - met het vooruitzicht op een vakantie aan zee - over de zuidelijke ringweg met een grote boog om de Bretonse provinciehoofdstad heen. Wat ze daar te zien krijgen, bevestigt alleen maar hun vooroordeel: een grijze, gezichtsloze metropool met industrieterreinen en kale flatgebouwen die mooie kerktorens vrijwel geheel aan het zicht onttrekken. Maar achter al dit lelijks ligt een vitale kern rond de kathedraal. Sinds 1950 is de bevolking van Rennes verdubbeld tot 205.000 inwoners; de drie-eenheid van onderwijs, onderzoek en praktische toepassing heeft deze plaats aantrekkelijk gemaakt. Dankzij de drukbezochte universiteit met centra voor elektrotechniek, communicatietechniek, biowetenschappen, milieutechniek, en een op de toekomst gerichte industrie beleeft de stad nu zijn tweede jeugd.
|
Saint Malo
|
Saint-Malo
Citadel van zeerovers en ontdekkingsreizigers
U zou deze stad (48.000 inwoners) eigenlijk vanaf zee moeten benaderen, zoals de vrijbuiters die terugkeerden van hun rooftochten dat deden of zoals de zeilers rond de wereld die hier een veilige haven vinden; maar liever niet zoals de veroveraars die de tot in de zee reikende citadel als een gebalde vuist voor zich zagen liggen. Uitstapjes op moderne rondvaartboten die onafhankelijk zijn van de wind kunnen deze ervaring opnieuw oproepen.
De belangrijkste bezienswaardigheden zijn: Bastion St-Louis; Porte de Dinan; Bastion St-Philippe; Bastion de la Hollande; de Torenpoort; Tour Bidouane; Château Gaillard; Rue Chateaubriand; het Huis van hertogin Anne; St-Vincent; en het Hôtel Magon de la Lande.
|
Quimper
|
Quimper
Keramiek en Keltencultus
Als twee coiffes bigoudènes - de bijzonder hoge kanten mutsen van Cornouaille - rijzen de rijkbewerkte torens van de kathedraal Saint-Corentin hoog op boven Quimper (59.000 inwoners). De heremiet Kaourentin zou koning Gradlon bij de berg Menez-Hom hebben ontmoet en samen met hem van een vis hebben gegeten waarvan het vlees dagelijks weer aangroeide. Naar aanleiding van dit wonder benoemde de vorst de vrome man tot bisschop van Kemper en schonk hem zijn paleis.
|
Vannes
|
Vannes
Droom van een koninkrijk
Begin en einde van een onafhankelijk Bretagne werden in deze niet direct aan zee gelegen havenstad (45.500 inwoners) bekrachtigd. De naam is ontleend aan de Gallische Venetes, die zich hardnekkig tegen Caesar bleven verzetten. De Romeinen bouwden de eerste vestingmuren en legden ook een landweg aan - zo ontstond de eerste handelsplaats van de zuidkust. Dankzij de gunstige ligging aan de Golfe du Morbihan leeft de stad met zijn grote provinciale charme voornamelijk van het toerisme.
|
|
|
|
|